Menselijkheid en solidariteit na de aardbevingen in Venezuela
Na de verwoestende dubbele aardbeving in Venezuela laat ervaring zien wat het belangrijkst is om levens te redden en getroffen mensen te ondersteunen.
Reflecties van Dr. Unni Krishnan, Global Humanitarian Director, Plan International.
Kort na 18.00 uur op 24 juni 2026 werden in Venezuela binnen enkele seconden twee krachtige aardbevingen geregistreerd. De eerste had een kracht van 7,2. De tweede, verwoestender, bereikte 7,5. Beide aardbevingen vonden op geringe diepte plaats, wat de kans op zware schade en veel slachtoffers vergrootte.
Voor gezinnen die door de aardbevingen zijn getroffen, veranderde het leven in een oogwenk. Dit is een moment voor iets eenvoudigs maar wezenlijks: solidariteit. Vandaag zijn we allemaal Venezolanen.
De aardbevingen vonden plaats nabij Morón, ten westen van Caracas. De Amerikaanse geologische dienst (USGS) waarschuwt dat het aantal doden kan oplopen tot tussen de 10.000 en 100.000.
In mijn werk heb ik samengewerkt met gemeenschappen die getroffen zijn door zware aardbevingen in onder meer India, Haïti, Iran, China, Japan, Nepal en recent Myanmar. Elke aardbeving is anders. Elke gemeenschap lijdt op haar eigen manier.
Maar het puin leert ons steeds dezelfde lessen.
Menselijke solidariteit redt levens
Rampen herinneren ons eraan dat onze gedeelde menselijkheid belangrijker is dan onze verschillen. Na de aardbeving in Nepal in 2015 zeiden collega’s van Plan International tegen mij iets wat ik nooit ben vergeten: “Deze ramp is te groot voor Nepal om alleen te dragen.” Ze hadden gelijk.
Geen enkel land zou een ramp alleen moeten doorstaan. Het humanitaire principe is eenvoudig: mensen die door een ramp getroffen zijn, hebben recht op hulp en de rest van ons heeft de verantwoordelijkheid om naast hen te staan wanneer dat het hardst nodig is.
Lokale hulpverleners zijn de echte helden
Lang voordat internationale hulp arriveert, zijn lokale mensen al in actie. Buren graven door het puin. Vrijwilligers organiseren reddingsacties. Lokale autoriteiten coördineren de hulp. Ouders zoeken naar vermiste kinderen.
Lokale gemeenschappen zijn altijd als eerste ter plaatse en blijven vaak het langst, ook nadat de camera’s zijn verdwenen. Onze rol is niet om hen te vervangen, maar om hen te ondersteunen. De sterkste humanitaire respons bouwt voort op lokaal leiderschap en versterkt lokale organisaties en vrijwilligers die hun gemeenschap het beste kennen.

Het gevaar stopt niet wanneer de aarde tot rust komt
Aardbevingen komen zelden alleen. Naschokken kunnen dagen, weken of zelfs maanden aanhouden. Ze veroorzaken nieuwe gewonden, extra doden en hernieuwd trauma. Een moeder in Haïti zei na de aardbeving van 2010: “De naschokken maakten het werk af dat de eerste beving begon.”
In Venezuela volgde op de eerste zware aardbeving enkele momenten later een nog sterkere. Gezinnen hadden nauwelijks de kans om onveilige gebouwen te verlaten. Voorbereiding, voorzichtigheid en duidelijke informatie redden levens. Ook nadat de schokken stoppen, moet veiligheid de hoogste prioriteit blijven.
Niet alle verwondingen zijn zichtbaar
In de eerste uren na een aardbeving zijn de prioriteiten duidelijk: opsporing en redding, medische noodhulp, voedsel, water en onderdak. Elke minuut telt voor mensen die onder het puin liggen.
Maar sommige van de diepste wonden zijn onzichtbaar. Wat ik vaak hoor van kinderen en moeders na aardbevingen, is dat kinderen te bang zijn om te slapen. Moeders vertellen dat hun kinderen nacht na nacht wakker schrikken van angst. In Iran en Japan zag ik hoe gemeenschappen nog lang na het genezen van fysieke verwondingen worstelden met angst.
De emotionele impact van aardbevingen kan jaren aanhouden. Zorg voor mentale gezondheid moet vanaf dag één beginnen. Daarom zijn veilige ruimtes, tijdelijke leercentra, kindvriendelijke activiteiten, speelmomenten, psychosociale eerste hulp en steun vanuit de gemeenschap geen bijzaak, ze zijn essentiële vormen van humanitaire hulp.

Bescherm de meest kwetsbaren
Aardbevingen treffen iedereen, maar niet iedereen even zwaar. Kinderen, ouderen, mensen met een beperking, vrouwen en meisjes lopen vaak de grootste risico’s. Voor kinderen die van hun familie gescheiden raken, nemen de gevaren toe. Voor meisjes kunnen bestaande ongelijkheden snel uitgroeien tot risico’s op uitbuiting, misbruik en mensenhandel.
Een echte test voor humanitaire hulp is of we degenen bereiken die het moeilijkst te bereiken zijn. Kinderen moeten op de eerste plaats komen en in het bijzonder meisjes.
Jongeren maken deel uit van de oplossing
Rampen vernietigen veel, maar laten ook buitengewone veerkracht en leiderschap zien. Keer op keer zie ik hoe jongeren zich ontwikkelen tot vrijwilligers, organisatoren, voorlichters en pleitbezorgers tijdens herstelprocessen. Wanneer jongeren betrokken zijn bij de hulpverlening en wederopbouw, wordt de hulp relevanter, effectiever en duurzamer.
Hulpverleners die van voetbal houden, verwijzen vaak naar de beroemde uitspraak van Johan Cruijff: “Elk nadeel heb z’n voordeel.” Niemand kiest voor een ramp, maar herstel biedt wel de kans om sterker en veiliger terug te bouwen en dat begint met jongeren een betekenisvolle rol te geven in het herstel en de toekomst van hun gemeenschap.
Bouw vooruit, niet alleen terug
Niet aardbevingen zelf doden mensen, maar slechte gebouwen. Onveilige scholen. Kwetsbare infrastructuur. Slechte huisvesting. Diepe ongelijkheid. Dit zijn de factoren die een natuurramp veranderen in een humanitaire catastrofe. Het verschil in dodentallen tussen aardbevingen met vergelijkbare kracht wordt vaak al bepaald lang voordat de aarde begint te beven.
Herstel moet daarom de onderliggende kwetsbaarheden aanpakken die gemeenschappen in gevaar brengen: veiligere scholen, sterkere ziekenhuizen en gebouwen, betere voorbereiding en meer bescherming voor kinderen en meisjes. Zo eren we de getroffen mensen en verminderen we toekomstig leed.
Nu Venezuela de volledige impact van deze aardbevingen in kaart brengt, moet de wereld klaarstaan om te helpen.
De komende dagen zullen verhalen van verlies brengen. Maar ook verhalen van moed, medeleven en veerkracht. En lang nadat de krantenkoppen zijn verdwenen, moet de solidariteit blijven.

Plan International biedt direct hulp
Plan International werkt samen met lokale partnerorganisaties in Venezuela om kinderen en hun families te ondersteunen die door de aardbevingen zijn getroffen. Tegelijkertijd brengen onze partners de gevolgen van de ramp verder in kaart en beoordelen zij welke hulp het hardst nodig is. Alle medewerkers en partnerorganisaties zijn veilig.
Daarbij ligt de focus op:
- toegang tot voedsel en schoon drinkwater;
- noodhulpgoederen en hygiënekits voor getroffen gezinnen;
- veilige opvang- en speelruimtes voor kinderen;
- psychosociale ondersteuning voor kinderen en hun verzorgers;
- bescherming van meisjes en jonge vrouwen tegen geweld, uitbuiting en misbruik;
- tijdelijke onderwijsactiviteiten zodat kinderen zo snel mogelijk weer toegang krijgen tot een veilige leeromgeving;
- basisgezondheidszorg voor getroffen gemeenschappen.
De komende weken blijft Plan International samen met lokale partners de situatie volgen en hulp opschalen waar dat nodig is, met speciale aandacht voor de bescherming, het welzijn en de toekomst van kinderen en meisjes die door de aardbevingen zijn getroffen.