Mariam moest vluchten voor het geweld in El Fasher: “Nu slapen we buiten”
Trigger warning: in dit verhaal wordt expliciet gesproken over (seksueel) geweld
Toen El Fasher in oktober 2025 met geweld werd ingenomen, sloegen de achttienjarige Mariam* en haar familie op de vlucht. Inmiddels leven ze, samen met tienduizenden andere mensen, in een kamp voor ontheemden in het noorden van Sudan. “Er werd gevochten en geschoten”, vertelt Mariam. “Ze sloegen mensen op straat in elkaar. En ze vernederden en verjoegen mensen.”

Seksueel geweld als oorlogswapen
Voor meisjes en vrouwen lag het gevaar altijd op de loer. In Sudan wordt seksueel geweld op grote schaal ingezet als oorlogswapen. “We gingen daarom altijd met een grote groep meisjes water halen”, vertelt Mariam. Maar op een dag werden ze toch geconfronteerd door een groep gewapende soldaten.
“Ze waren met heel veel”, vertelt Mariam. “Ze bedreigden ons met hun wapens, beledigden ons en sloegen ons. Zo’n vijf mannen kwamen op mij af en een van hen verkrachtte me. De andere meisjes ondergingen hetzelfde.”
Ze bedreigden ons met hun wapens, beledigden ons en sloegen ons
Vijf dagen lopen
Mariam durfde het haar moeder niet te vertellen. Ze hield zich stil en probeerde het te vergeten. Een paar weken later nam het geweld in El Fasher verder toe en sloegen ze op de vlucht. “We moesten heel ver lopen, want er was geen benzine voor de auto. Uiteindelijk hebben we zo’n vijf dagen lang gelopen, zonder eten of water.”
De weg naar het noorden was extreem gevaarlijk. “We zagen hoe mensen verkracht werden. Hoe huizen werden leeggehaald en in de brand gestoken. En hoe mannen zonder pardon geëxecuteerd werden”, vertelt Mariam’s moeder Fatima*. “De dood was overal.”
Op de hoogte blijven van ons werk in Sudan? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Ziekenhuis
Toen Mariam en haar familie aankwamen in het opvangkamp, waren ze uitgeput, verzwakt en enorm hongering. Omdat Mariam onderweg ziek was geworden, bracht Fatima haar naar het ziekenhuis. Pas toen durfde ze haar moeder te laten weten wat er gebeurd was. “Ik vroeg haar, ‘Waarom heb je het niet verteld, mijn dochter?’ Ze zei, ‘Ik was bang, daarom heb ik niets gezegd.’”
Tijdens het onderzoek kwamen de dokters erachter dat Mariam zwanger was. “De dokter zei dat haar bloedwaarden goed waren en dat Mariam gezond was”, vertelt Fatima. Ook de baby was gezond.
Geen tenten, water of medicijnen
Maar de omstandigheden waarin Mariam en haar familie nu leven, zijn bijzonder slecht. Behalve de kleren die ze droegen toen ze aankwamen, hebben ze helemaal niks. “We hebben geen tenten, dus we slapen buiten, in de open lucht”, vertelt Mariam. “Water en medicijnen zijn schaars.” Ook Fatima weet niet hoe het verder moet met haar dochter en ongeboren kleinkind. “We hebben zorg nodig, bedden en kleertjes voor de baby. En Mariam moet aansterken voor de bevalling.”
We hebben zorg nodig, bedden en kleertjes voor de baby
Vooruitkijken
Het enige wat Fatima haar dochter nu kan bieden, is steun en advies. Ze hoopt dat de oorlog gauw voorbij is, zodat ze hun leven weer kunnen oppakken.
Ondanks het trauma durft Mariam vooruit te kijken. Ze heeft nog altijd dromen voor de toekomst en wil haar leven weer oppakken. “Voor de oorlog zat ik in de eerste klas van de middelbare school”, vertelt ze. “Ik wil mijn opleiding afmaken.”
Dit doet Plan International
Plan International heeft de noodhulpverlening in Noord-Sudan opgeschaald en deelt voedsel- en hygiënepakketten uit in de regio. Ook staan we vrouwen en meisjes die slachtoffer werden van (seksueel) geweld bij met psychosociale steun. In kindvriendelijke ruimtes bieden we bescherming en steun aan kinderen die geraakt zijn door het conflict.
*Om de privacy van de geïnterviewden te beschermen zijn hun namen gewijzigd