Ouders in Ethiopië staan op tegen meisjesbesnijdenis
In Afar, een afgelegen regio in Ethiopië, ondergaan baby’s soms al binnen een week na hun geboorte een pijnlijke en levensgevaarlijke besnijdenis. Het is een diepgeworteld gebruik dat al generaties lang als norm geldt. Maar er waait een nieuwe wind: steeds meer ouders durven ‘nee’ te zeggen en kiezen ervoor hun dochters onbesneden en vrij door het leven te laten gaan. Deze stille revolutie, aangewakkerd door Plan International, laat zien dat hoop sterker kan zijn dan gewoonten.
De regio Afar in Ethiopië voelt surreëel: een dor en verzengend heet gebied met zandvlaktes en een horizon die lijkt te smelten in de hitte. Tussen het zand en de dorre bomen, waar nomaden door de leegte trekken, duiken kleine dorpjes en kleurrijke stadjes op. Het is er prachtig, maar achter deze schoonheid schuilt een harde realiteit voor meisjes.
Dat ziet ook Shishig (34), moeder van haar 14-jarige dochter Eman. Zij was een van de eersten in haar gemeenschap die haar dochter niet liet besnijden. “Er wordt hier nauwelijks over meisjesbesnijdenis gesproken,” vertelt ze. “Maar ik wist dat kinderen erdoor kunnen doodbloeden en dat het levenslange gevolgen heeft. Vrouwen krijgen problemen tijdens hun menstruatie, kunnen moeilijk plassen en lopen een groot risico op infecties. Het is heel gevaarlijk. Daarom heb ik besloten mijn dochter te beschermen.”

Bang voor roddels
Meisjesbesnijdenis, ook wel vrouwelijke genitale verminking genoemd, is een van de meest schadelijke gebruiken ter wereld. Het betekent dat delen van de uitwendige geslachtsdelen van meisjes worden weggesneden, vaak zonder verdoving en tegen hun wil. In sommige gevallen wordt de vagina vervolgens dichtgenaaid.
Hoewel deze praktijk in Ethiopië bij wet verboden is, komt het nog veel voor: naar schatting is 65% van de vrouwen besneden. In de afgelegen dorpen van Afar, waar traditionele leiders en dorpsoudsten nog veel macht hebben, was er jarenlang nauwelijks voorlichting over de gezondheidsrisico’s van meisjesbesnijdenis. Nog steeds wordt 95% van de meisjes er genitaal verminkt. Voor veel families voelt het als een onwrikbare norm.
Philipos Petros van de internationale kinderrechtenorganisatie Plan International legt uit: “Veel mensen geloven dat besnijdenis erbij hoort en dat het hun dochters helpt om later te trouwen,” legt hij uit. “Achter deze praktijk zitten strenge ideeën over hoe meisjes zich zouden moeten gedragen: namelijk kuis blijven en maagd zijn. Ouders vrezen roddels en uitsluiting als zij afwijken van deze verwachtingen.”
Volgens Petros is verandering alleen mogelijk als mensen zien dat ze er niet alleen voor staan. “Om besnijdenis te stoppen, moeten genoeg mensen geloven dat anderen óók achter verandering staan. Bovendien moeten de risico’s van besnijdenis én de voordelen van het stoppen duidelijk zijn.”
Achter deze praktijk zitten strenge ideeën over hoe meisjes zich zouden moeten gedragen: namelijk kuis blijven en maagd zijn
Girls’ Club
Die verandering begint bij moedige ouders in Afar die als eersten besloten hun dochters niet te laten besnijden. Tijdens trainingen van Plan International krijgen ze praktische handvatten om weerstand in hun omgeving te overwinnen en samen een netwerk op te bouwen dat actief pleit voor verandering.
Zehara (37) is lerares en voorlichter. Ze weet hoe moeilijk het is om de status quo te doorbreken: “Er is veel druk vanuit de oudere generatie om meisjes te laten besnijden. Sommigen zeggen: ‘Dit is onze cultuur.’ Maar iets dat meisjes schaadt, is geen cultuur, zeg ik dan.”
Haar missie is duidelijk: anderen laten zien wat de gevolgen van meisjesbesnijdenis écht zijn. “Toen ik andere ouders vertelde dat onze kinderen worden verminkt, leidde dat tot een groot debat. Een vrouw vroeg mij: ‘Probeer je mij ontrouw aan mijn geloof te maken?’ Nee, zei ik. Toen vertelde ik over een meisje van zeventien met een opgezwollen buik. Haar vader dacht dat ze zwanger was, maar in het ziekenhuis bleek dat menstruatiebloed zich had opgehoopt door haar besnijdenis. Ze had levensgevaarlijke complicaties. Dat zette de ouders aan het denken.”
Ouders als Zehara hopen dat hun keuze niet alleen een voorbeeld is voor hun leeftijdsgenoten, maar ook voor een nieuwe generatie. Haar 14-jarige dochter Fatuma zet die hoop om in actie: als lid van de Girls’ Club spreekt zij zich uit tegen besnijdenis en inspireert ze andere meisjes om hetzelfde te doen. Deze clubs, opgericht door Plan International op verschillende scholen, zijn een belangrijke steunpilaar in de strijd tegen de schadelijke praktijk. Kinderen leren er over de gezondheidsrisico’s van besnijdenis en doorbreken samen het stigma dat nog altijd kleeft aan onbesneden meisjes.

De strijd van een dorp
Samenwerken met ouders en kinderen is een van de belangrijkste strategieën van Plan International. Maar de organisatie gaat verder, vertelt Philipos Petros: “We gaan in gesprek met dorpsoudsten, gezondheidswerkers, handhavers en zelfs de besnijdsters. Ook betrekken we religieuze leiders, omdat meisjesbesnijdenis vaak ten onrechte aan religie wordt gekoppeld. In werkelijkheid heeft het niets met geloof te maken.”
Iets wat ooit is begonnen, kunnen we ook weer eindigen
Ali (48) is een van de eerste mannen die zich openlijk uitspreekt tegen besnijdenis. Hij erkent dat vaders in Afar vaak nog het laatste woord hebben binnen het gezin en juist daarom vindt hij dat mannen op moeten staan. Zelf besloot hij zijn dochters niet te laten besnijden en hij moedigt nu andere vaders aan hetzelfde te doen. “Besnijdenis wordt vaak gezien als een vast onderdeel van onze samenleving, maar eigenlijk is het iets dat zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. Iets wat ooit is begonnen, kunnen we ook weer eindigen.”
Tegen de stroom in
Dat de inspanningen van ouders, jongeren en Plan International hun vruchten beginnen af te werpen, blijkt uit de cijfers: in de gemeenschappen in Afar waar zij de krachten bundelen, neemt het aantal besnijdenissen langzaam maar zeker af. Toch laat de omgeving zien hoe weerbarstig vooruitgang is. In andere delen van Ethiopië, waar conflict en armoede het dagelijks leven beheersen, grijpen ouders juist weer terug naar de schadelijke praktijk. Maar hier houdt de vooruitgang stand.
Tijdens voorlichtingssessies van Plan International spreken ouders af hun dochters en kleindochters te blijven beschermen, ook in tijden van crisis, wanneer oude gewoontes weer de kop op kunnen steken. En de jongeren? Geïnspireerd door hun ouders zetten zij de strijd met de Girls’ Club voort. Seyida, de 14-jarige dochter van Ali, weet dat niet alles in één generatie verandert. Maar elke stap brengt hen dichter bij een samenleving zonder besnijdenis. “Het is een moeilijk proces,” zegt ze, “maar samen kunnen we meisjesbesnijdenis stoppen.”